In het tweede jaar van onze samenwerking met Sparta Rotterdam hadden we het voorrecht om in gesprek te gaan met Bruno Martins Indi, de ervaren voormalige Nederlandse international die deze zomer bij de club kwam als een van de nieuwe leiders binnen de selectie. Van zijn eerste jaren in de jeugdopleiding van Feyenoord tot zijn tijd bij Porto, in de Premier League en bij AZ: Bruno bouwde een carrière op waarin discipline, zelfreflectie en een steeds veranderende rol als leider, zowel op als naast het veld, centraal staan.
Nadat we Bruno fotografeerden in Het Kasteel, het historische stadion van Sparta, spraken we met hem over zijn carrière. Over zijn stormachtige begin, de uitdagingen die hij onderweg tegenkwam en de mentaliteit die hem door tegenslagen en blessures heen hielp. Hij vertelt over zijn terugkeer naar zijn geboortestad afgelopen zomer, zijn nieuwe rol als leider binnen de club en hoe hij jongere teamgenoten begeleidt. Ook deelt hij de principes die hem nog altijd richting geven, zowel in zijn carrière als in zijn persoonlijke ontwikkeling.
Bruno’s verhaal draait om doorzettingsvermogen en bewuste keuzes. Zowel op het veld als daarbuiten vertrouwt hij op zijn instinct en ervaring, zonder daarbij uit het oog te verliezen wie hij is. Nu zijn blik langzaam ook op een leven na het voetbal komt te liggen, denkt hij al na over de volgende fase van zijn carrière. Die ambitie en vooruitziende blik sluiten nauw aan bij waar Atelier Munro voor staat. Tegelijkertijd ligt zijn volledige focus nog altijd op zijn prestaties op het veld. Zijn overstap naar Sparta markeert een nieuw hoofdstuk in de stad die hij thuis noemt, waar hij zijn ervaring kan delen, zich verder kan ontwikkelen en op het hoogste niveau van het Nederlandse voetbal kan blijven presteren.
Iedere stap in Bruno’s carrière getuigt van dezelfde aandacht en precisie die kenmerkend zijn voor maatwerk. Want juist door oog te hebben voor het individu en de details, kunnen bewuste keuzes een blijvende impact hebben.
Boek een afspraak met een van onze Style Advisors bij jou in de buurt en stel jouw maatwerklook samen.
Een van de onderwerpen waar we het met je over willen hebben, is leiderschap. Je kwam als ervaren speler naar Sparta en vervult daar een belangrijke rol binnen het team. Maar laten we eerst teruggaan naar het begin. Hoe begon je carrière? En als je terugdenkt aan je debuut en de stap naar het eerste elftal van Feyenoord, hoe kijk je dan naar de Bruno van toen – die jonge speler die Feyenoord 1 wist te bereiken?
Bruno: Ik kom natuurlijk uit Rotterdam. Ik werd eigenlijk vrij laat gescout, rond mijn dertiende of veertiende. Daarna kwam ik in de jeugdopleiding van Feyenoord terecht, doorliep ik de verschillende jeugdteams en uiteindelijk bereikte ik het eerste elftal.
In welke periode van de Feyenoord-opleiding was dat? Waren dat sterke lichtingen?
Bruno: Ja, absoluut. Wij braken door in een periode waarin Feyenoord financieel in zwaar weer zat. Onze lichting heeft eigenlijk bijgedragen aan een soort wederopstanding. Natuurlijk speelde kwaliteit een rol, maar door de financiële situatie ging het allemaal sneller. Jonge spelers moesten eerder doorstromen, zodat er waarde op het veld kwam te staan. Als jonge speler voelde je die verantwoordelijkheid ook: het moest echt gebeuren.
Welke rol had jij destijds in de jeugdteams? Was je toen al een leider?
Bruno: Ik was iemand die met iedereen goed overweg kon, een verbinder. Ik kon me goed uitspreken en liet van me horen op het veld wanneer dat nodig was. Communiceren ging me van nature goed af. Zeker als verdediger is leiderschap belangrijk en dat voelde ik al op jonge leeftijd.
Die stap naar het eerste elftal is natuurlijk waar je tijdens je tienerjaren naartoe werkt. Veel spelers halen het uiteindelijk niet, ook al zijn ze technisch misschien nog zo talentvol.
Bruno: Dat klopt. Het was ook een onrustige periode bij Feyenoord, waarin er op bestuurlijk niveau veel speelde. Na een goed EK Onder 19 kreeg ik te horen dat ik misschien verhuurd zou worden aan Excelsior. Maar een paar dagen later gaf trainer Mario Been me een kans bij Feyenoord. Ik was dolblij. Ik sloot aan bij de voorbereiding van het eerste elftal en maakte uiteindelijk mijn debuut tegen KAA Gent. In dat eerste jaar speelde ik ongeveer vijftien wedstrijden.
Op welke positie speelde je?
Bruno: Ik viel in als linker centrale verdediger en speelde soms als linksback. Onder Koeman werd ik uiteindelijk basisspeler, maar dat gebeurde niet van de ene op de andere dag. Door blessures van andere spelers kreeg ik de kans om echt door te breken.
Wie waren de leiders binnen dat team?
Bruno: Wij, de jonge spelers uit de jeugdopleiding, hadden eigenlijk best veel invloed. We kenden de club en elkaar goed en dat hielp. Natuurlijk waren er ook spelers van halverwege de twintig die van andere clubs kwamen, maar wij hadden een voorsprong omdat we de stad en de club goed begrepen.
Mijn motivatie kwam al van jongs af aan vanuit mezelf. Ik was altijd buiten aan het voetballen, ook al groeide ik niet op in een heel stabiele omgeving. Voetbal gaf me richting en leerde me doorzetten. Het heeft me gevormd als persoon en me iets gegeven om me aan vast te houden. Ook leerde ik door het voetbal omgaan met tegenslagen. Feyenoord heeft daarin eveneens een belangrijke rol gespeeld en me geholpen.
Boek een afspraak met een van onze Style Advisors bij jou in de buurt en stel jouw maatwerklook samen.
Wat betekende die degradatie voor jou persoonlijk? Moest je daardoor anders gaan kijken naar wat er nog mogelijk was in je carrière?
Bruno: Op een gegeven moment besef je dat de absolute top niet meer haalbaar is. Toen ik jong was, ging mijn carrière razendsnel. Maar daarna kwamen de tegenslagen en moest ik daarmee leren omgaan. Uiteindelijk kwam ik tot een belangrijk inzicht: voor mij betekende de absolute top spelen voor het Nederlands elftal. In dat opzicht had ik eigenlijk al bereikt waar ik als kleine jongen van droomde. Natuurlijk wilde ik ook voor een topclub spelen, maar het absolute hoogtepunt was voor mij de halve finale van een WK, uitkomen voor mijn land. Dat is uniek – de druk, de hele ervaring. Toen ik dat eenmaal besefte, gaf me dat veel rust en trots.
Qua clubs wist ik dus dat ik de absolute top niet meer zou bereiken. Maar ik speelde wel altijd tegen spelers van topclubs en kon me met hen meten, ook bij het Nederlands elftal. Toen ik uiteindelijk terugkeerde naar Nederland, was mijn belangrijkste doel bij AZ dan ook om een prijs te winnen en mezelf opnieuw te bewijzen als international. Ik wilde weer dichter bij het vuur zitten, omdat je in Nederland meer in beeld bent dan in de Championship. Ondanks alles voelde ik nog steeds dat ik international was, ook al zat ik op dat moment niet bij de selectie.
Was je terugkeer naar Nederland dus een heel bewuste keuze?
Bruno: Absoluut. Ik ben ervan overtuigd dat mijn overstap naar AZ ervoor heeft gezorgd dat ik mijn laatste twee interlands heb kunnen spelen. Uiteindelijk raakte ik vlak voor het WK van 2022 in Qatar zwaar geblesseerd – iets waar toenmalig bondscoach Louis van Gaal me zelfs voor had gewaarschuwd. Ook dat werd een belangrijk leermoment. Door mijn mentaliteit luisterde ik nog steeds niet goed genoeg naar mijn lichaam; de drang om te spelen was simpelweg te groot. Op dat moment besefte ik écht dat ik dit moest veranderen als ik ook na mijn dertigste wilde blijven voetballen.
Daarna volgde een lange revalidatie?
Bruno: Ja, een jaar lang. Het was zwaar, maar ik heb er veel van geleerd en uiteindelijk ben ik sterk teruggekomen.
Wat deed die blessure met jouw positie in de kleedkamer?
Bruno: Die jonge Bruno zit nog steeds in mij. Die mentaliteit ben ik nooit kwijtgeraakt. Bij AZ kwam ik terecht in een jonge kleedkamer met veel talentvolle spelers, en ik herkende veel van mezelf in hen. Ik maak makkelijk contact, probeer mensen met elkaar te verbinden en wil het team verder helpen. Soms is het beter om stil te zijn, op andere momenten moet je juist van je laten horen.
In mijn eerste twee jaar bij AZ was ik vice-aanvoerder, maar zo voelde dat voor mij eigenlijk niet echt. In mijn derde jaar werd ik officieel aanvoerder. Daarmee kreeg ik ook een duidelijke missie: bewust werken aan een bepaalde cultuur binnen de kleedkamer, iets wat ik zelf als jonge speler niet altijd heb ervaren. Als verbinder neem ik graag verantwoordelijkheid en probeer ik anderen daarin mee te nemen – voor de club, de spelers en de staf.
Dat veranderde niet toen ik geblesseerd raakte. Sterker nog, ik denk dat het me heeft geholpen om na mijn blessure goed terug te komen. Uiteindelijk draait het om respect. Om betrokken te blijven en onderdeel van het team te zijn, ook als je niet speelt. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik door mijn blessure minder respect kreeg. Want dat kan ook gebeuren. In een kleedkamer is er altijd onderlinge concurrentie. Leiderschap kent nu eenmaal verschillende kanten.
Op het veld kon je op dat moment niet laten zien wat je als leider betekende.
Bruno: Precies, en dan kunnen mensen aan je gaan twijfelen. Dat mag ook, want je speelt op het hoogste niveau. Je moet jezelf steeds opnieuw bewijzen. Zo sta ik er sowieso in. Ik leef volgens één principe: ik vraag niet wie je was, maar wie je nu bent. Hier en nu.
Dat je tijdens zo’n lange blessure toch je verantwoordelijkheid bleef nemen en je rol als leider bleef vervullen, laat ook zien hoeveel je persoonlijk bent gegroeid.
Bruno: Absoluut. En ik moet er ook bij zeggen dat het mij tijdens mijn revalidatie enorm heeft geholpen om betrokken te blijven bij het team.
Deze zomer maakte je na vijf jaar bij AZ de overstap naar Sparta. Daarmee is de cirkel in zekere zin rond: je bent weer terug in Rotterdam.
Bruno: Absoluut.
Wilde je graag terug naar Rotterdam? Hoe voelde die stap voor jou?
Bruno: Zoals we al bespraken, kreeg ik later in mijn carrière te maken met een zware blessure. De afgelopen jaren heb ik daardoor minder kunnen spelen dan ik had gewild. Daar kwam vorig seizoen nog een grote teleurstelling bij: het verliezen van de bekerfinale met AZ. Toen de zomer aanbrak, wist ik één ding zeker: ik moest mezelf weer uit mijn comfortzone halen. Ik was te comfortabel geworden en wilde mezelf opnieuw uitdagen.
Je wist dus goed wat je op dit punt in je carrière nodig had.
Bruno: Ik zat te veel in mijn comfortzone. Ik moest mezelf weer in een situatie brengen waarin ik werd uitgedaagd, om dat vuur van binnen opnieuw aan te wakkeren. Dat had ik nodig. Thuis spraken we er ook over: hoe wil ik die vijftien, zestien of misschien wel achttien jaar als prof uiteindelijk afsluiten? Dat is een gesprek dat ik regelmatig met mijn vrouw voer. Ik begon mezelf af te vragen: wat typeert jou? Je bent geen opgever, je bent een vechter. Je wilt iets achterlaten. Welke stap past daar dan bij?
Op een gegeven moment belde Sparta. We hadden een goed gesprek over voetbal en al snel dacht ik: ja, dit is wat ik wil. Ik wil mijn carrière op een mooie manier afsluiten, op een plek waar ik mezelf nog volledig kan uitdagen. Dat het ook nog eens in Rotterdam is, maakt het extra bijzonder. Alles voelde goed. Sparta bood precies wat ik op dat moment zocht. Ook het voetbal zelf is in de loop van mijn carrière enorm veranderd. En het voelt goed om nu hier te zijn, dicht bij huis.
Het is interessant om de tijd waarin jij begon te vergelijken met de wereld waarin jonge spelers nu debuteren. Denk aan social media, de publieke aandacht en alles wat er tegenwoordig van spelers wordt verwacht.
Bruno: Het is totaal anders. Maar het gaat er ook om hoe je er zelf naar kijkt en hoe je ermee omgaat. Ik kies er bijvoorbeeld heel bewust voor om geen social media te hebben.
Dat is tegenwoordig bijna een radicale keuze.
Bruno: Klopt, maar wel een heel gezonde keuze.
Bij Sparta zien we nu een ervaren Bruno, een leider die alles wat hij in zijn carrière heeft geleerd kan inzetten, maar die nog steeds de mentaliteit heeft van die jonge speler die ooit aan de andere kant van Rotterdam begon.
Bruno: Ja. Ik speel iedere week en voel me fit. Mijn cijfers zijn goed. Met Sparta willen we zo hoog mogelijk eindigen, in ieder geval hoger dan vorig seizoen. Tegelijkertijd bieden we jonge spelers een plek om zich te ontwikkelen; de jeugdopleiding is sterk. Ik zie de club op allerlei vlakken groeien. Ook samenwerkingen buiten het voetbal, zoals deze met Atelier Munro, laten zien dat de club met zijn tijd meegaat. Sparta heeft een rijke traditie, maar je moet je ook blijven ontwikkelen. Ik heb het gevoel dat de club daar nu volop mee bezig is.
En als je naar jezelf kijkt: hoe zie je je toekomst? Denk je al na over het leven na je actieve carrière?
Bruno: Zeker. Daar ontkom je niet aan. Als je de dertig bent gepasseerd, ga je daarover nadenken. Het komt steeds dichterbij. Je zit in de laatste fase van je carrière en dat is misschien wel de moeilijkste periode. Zoals ik eerder vertelde, ben ik het grootste deel van mijn carrière behoorlijk eigenwijs geweest als het om mijn lichaam ging. Pas de laatste jaren is dat veranderd.
Ik heb inmiddels ook een vrij duidelijk beeld van wat ik hierna zou willen doen: een management- of bestuurlijke functie. Voor mij voelt dat als een natuurlijke volgende stap vanuit mijn rol op het veld en in de kleedkamer. Daar liggen voor mij de interessantste uitdagingen en ambities voor mijn volgende carrière.
Dat sluit eigenlijk perfect aan en brengt het verhaal over leiderschap mooi rond. Als je naar de verschillende fases van je carrière kijkt, zie je steeds dezelfde rode draad: jouw vermogen om mensen met elkaar te verbinden. Het is waardevol dat je daar nu, terwijl je nog voetbalt, al zo bewust over nadenkt.
Bruno: Honderd procent. Daarom zeg ik altijd: droom groot, maar begin klein. Het idee is er, maar ik neem het stap voor stap. Op dit moment ben ik nog actief voetballer en dat heeft prioriteit. Als de tijd daar rijp voor is, wil ik later in zo’n rol groeien. Maar dat is toekomstmuziek, want ik heb nog steeds de ambitie om zo lang mogelijk te blijven voetballen. Mijn grootste passie ligt nog altijd op het veld – en daarnaast in de kleedkamer, met alles wat daarbij komt kijken.
De kwaliteiten die je nu als leider in het voetbal hebt, kun je bijna één op één meenemen naar een bestuurlijke of managementfunctie. Een team bij elkaar brengen, mensen verbinden en omgaan met de dynamiek binnen een groep: daarin zijn duidelijke parallellen met het bedrijfsleven te zien. En als je die ambitie straks nastreeft, zul je ongetwijfeld weer een nieuwe, betere versie van jezelf ontdekken.
Bruno: Na hopelijk nog een paar mooie jaren op het veld zie ik een mooi traject voor me waarin ik me verder kan ontwikkelen, zowel professioneel als persoonlijk. Je hoort vaak over het zwarte gat na een actieve carrière, maar ik zie vooral nieuwe uitdagingen waar ik me volledig voor kan inzetten. Maar eerst wil ik nog een paar jaar alles geven op het veld bij Sparta. Daar zullen ze hopelijk een nog sterkere versie van mij zien, gevormd door alles wat ik in de laatste fase van mijn carrière heb geleerd.
Boek een afspraak met een van onze Style Advisors bij jou in de buurt en stel jouw maatwerklook samen.